Ondernemings- en effectenrecht 2010-2011

Auteurs:
Raaijmakers,
VermeulenOnze prijs:
€ 49,50
Dit boek is leverbaar en op voorraad
Boek | Ingenaaid | 1394 bladzijden | Nederlands
Ars Aequi Libri | 15e editie | Verschenen in 2010
ISBN-13: 9789069167541 | ISBN-10: 9069167549


Samenvatting
Een zo compleet mogelijk beeld van de wet-en regelgeving op het gebied van het ondernemingsen effectenrecht. Teksten opgenomen zoals deze gelden op 1 januari 2010.
Serie
Rubriek / NUR
Ondernemingsrecht
Aankomende cursussen omtrent Ondernemingsrecht:
Juridische kalender
Trefwoorden
De volgende trefwoorden zijn opgenomen bij dit boek: Effectenrecht, Ondernemingsrecht,
Literatuurlijsten
Wettenbundels
In deze titel zijn een aantal wetten opgenomen waaronder:
- Beleidsregels preventief toezicht op vennootschappen 2005
- Besluit artikel 10 overnamerichtlijn
- Besluit Corporate Governance
- Besluit instelling Monitoring Commissie Corporate Governance Code
- Burgerlijk Wetboek Boek 2
- Toon alle wetten die in deze bundel staan.
Recente uitspraken bij deze wetten:
| Datum | LJN | Samenvatting |
| 21-07-2010 | BN1674 | Aandeelhouders hebben als medehuurders een verlengde huurovereenkomst van hun B.V. voor kantoorruimte ondertekend als gevolg waarvan zij hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de betaling van de huur door de B.V. Na faillissement van de B.V. worden zij door de verhuurder aangesproken tot betaling van de huur. Zij doen een geslaagd beroep op het ontbreken van hun wil (art. 3:35 BW) tot het aangaan van medehuurderschap/hoofdelijke aansprakelijkheid. |
| 13-07-2010 | BN0770 | Appelgrens, Begroting liquidatietarief geen recht in de zin van artikel 79 Wet RO |
| 09-07-2010 | BM0976 | ASMI. Enquêteprocedure; Verantwoordelijkheid van bestuur van de vennootschap voor de te volgen strategie en voor de corporate governance; geen voorafgaand overleg vereist met aandeelhouders over handelingen waartoe het bestuur bevoegd is (Vgl. HR 13 juli 2007, NJ 2007, 434, ABN AMRO); bestuur dient het belang van alle betrokkenen bij de vennootschap op lange termijn in aanmerking te nemen; de Code Tabaksblat 2003 en 2008 vormen een uiting van de in Nederland heersende algemene rechtsovertuiging welke mede inhoud geeft aan de eisen van redelijkheid en billijkheid als bedoeld in art. 2:8 BW en de eisen die voortvloeien uit een behoorlijke taakvervulling waartoe elke bestuurder ingevolge art. 2:9 BW gehouden is; de in art. 2:140 lid 2 BW neergelegde taakopdracht van de RvC brengt niet mee dat deze de verplichting heeft een bemiddelende rol te vervullen bij conflicten tussen bestuur en aandeelhouders en dienaangaande verantwoording is verschuldigd aan de aandeelhouders; Iedere aandeelhouder heeft tijdens de AvA zelfstandig het recht vragen te stellen, daarbuiten hebben aandeelhouders geen recht op het verstrekken van door hen afzonderlijk verlangde informatie; een enquêteverzoek kan als daartoe in de procedure voldoende grond bestaat ook betrekking hebben op feiten en omstandigheden die zich hebben voorgedaan na de datum van indiening van dat verzoek. |
| 09-07-2010 | BM1688 | Vermogensrecht. Verjaring. Advocaat aansprakelijk voor niet tijdig stuiten van verjaring ex art. 3:310 lid 1 BW van vordering (van degenen die vanwege een dividenduitkering ingevolge art. 2:248 BW aansprakelijk zijn voor tekort in boedel) op adviseur die hen heeft aangeraden deze dividenduitkering te verrichten. De verjaringstermijn ving aan op de datum waarop de curator degenen die hij ex art. 2:248 BW aansprakelijk hield voor het boedeltekort dagvaardde, ook al was toen voor hen nog onzeker of de rechter de vordering van de curator zou toewijzen. Op die datum hadden zij voldoende zekerheid dat, indien zij zouden worden veroordeeld tot vergoeding van de schade, hun adviseur tegenover hen een beroepsfout heeft gemaakt en hij op grond daarvan voor die schade jegens hen aansprakelijk zou zijn. Zij waren op dat moment daadwerkelijk in staat tegen de adviseur een rechtsvordering tot verhaal in te stellen |
| 09-07-2010 | BM2337 | Cassatie. procesrecht; verweer in cassatie dat bij het beroep geen belang bestaat, is een ver-weer ten principale (HR 6 januari 2006, NJ 2007, 35); dit verweer leidt, indien het slaagt, niet tot niet-ontvankelijkheid van het beroep maar tot verwerping daarvan; Hoge Raad komt in zoverre terug van eerdere rechtspraak; gezag van gewijsde; hoger beroep; appelrechter ten onrechte niet uitgegaan van juistheid van vermeldingen in een proces-verbaal en vonnis om-trent de datum van de beslissing; proces-verbaal en vonnis zijn authentieke akten; dwingende bewijskracht behoudens tegenbewijs; aan tegenbewijs te stellen eisen. |